Kumano Kodō – deel 1

Er is hier in de vroege herfst eigenlijk niets fijners dan te gaan kamperen in de bergen. De temperatuur in Japan is dan eindelijk aangenaam – met temperaturen van in de twintig graden overdag en frisse, maar nog niet ijzige nachten. Bovendien had ik afgesproken met vriendin en voormalig KyoDai klasgenootje Jenifer dat we nog een keer met z’n tweeën zouden gaan hiken en voordat ik het wist was de trip gepland en mijn rugzak gepakt.

IMG_7671

We hadden afgesproken om een deel van de Kumano Kodō te lopen, een pelgrimstocht in de prefectuur Wakayama die ten zuiden van Kyoto ligt op het schiereiland Kii. We namen de Nakahechi route, die van west naar oost over dat schiereiland loopt. De gehele tocht kost 4 à 5 dagen. Zoveel tijd hadden wij niet – en bovendien kost het ook nog aardig wat tijd om vanuit Kyoto in het zuiden van Wakayama te komen. Langs de kust loopt een treinlijn, maar verder landinwaarts wordt het al knap lastig om openbaar vervoer te vinden en dus kostte het ons heel wat gegoochel met sites van verschillende vervoerders voordat we een schema hadden gevonden dat ons paste.

IMG_7659

Uiteindelijk pakten we zaterdagochtend vroeg de Kintetsu line vanaf Kyoto naar Yamatoyagi, waar we overstapten op een bus van Nara Kotsu richting Shingu. Deze buslijn is naar het schijnt de langste reguliere buslijn van Japan (de highway buses naar bijvoorbeeld Tokyo dus niet meegerekend), duurt wel 6 uur en heeft zo’n 120 stops. Je zou denken dat je er gillend gek van wordt om in een bus te zitten die zo lang rijdt én zo vaak stopt, maar dat viel ons uiteindelijk erg mee. Onderweg waren er gelukkig ook wat langere stops, zodat we naar de WC konden, onze benen konden strekken en wat van de uitzichten konden bewonderen. We kwamen bijvoorbeeld langs een indrukwekkende hangbrug over een rivier die prachtige kleuren blauwgroen en roestbruin had.

IMG_7660 We kwamen rond half drie aan in Hongu, het startpunt van onze tocht. Hongu staat onder meer bekend om Kumano Hongu Taisha, het shinto schrijn dat één van de stops vormt op de eeuwenoude pelgrimstocht, maar ook om de vele onsen. Wij stapten uit bij Kawayu onsen, een plek waar de kawa (“rivier”) meteen ook de onsen was. Onderweg naar de kampeerplaats werden we al enthousiast toegezwaaid door een paar gelukzalig uitziende zwemmers (“Come join us!”). Nadat we onze tent hadden opgezet, keerden we inderdaad terug naar die plek om het water eens uit te testen. Natuurlijk is het niet alleen heet bronwater dat in deze rivier stroomt – het rivierwater vermengt zich met wat er uit de grond opborrelt. Toch was het veel aangenamer dan je op zo’n vroege herfstdag zou mogen verwachten – naar ik schat een graad of twintig. Wie het toch even te koud werd, kon in het ondiepere gedeelte een pierebadje maken door wat stenen te verplaatsen en daarmee wat warmer bronwater voor zichzelf te reserveren. Het bleek echter dat de gemeente (of een groep buurtbewoners, of wie dan ook) ietsje verderop het strandje ook een ‘echte’ onsen had gemaakt. Dat wil zeggen: er stond een badkuip gemaakt van stenen, waar heet water in gepompt werd via een waterleiding die dieper in de rivier lag. We maakten gretig gebruik van dit gratis openluchtbad door telkens een duik in de rivier te nemen om vervolgens op te warmen in de onsen. Niet geheel verrassend werd deze ook bezocht door een aantal locals en binnenlandse toeristen, met wie we gezellig een praatje maakten. Vanaf de rivieroever konden we het geklets en gelach horen van de mensen in de betaalde badhuizen. Een groep mannen stond voor één van die badhuizen te praten en grappen te maken. “Hoe is het water?” riep één van hen naar mij, terwijl ik in de rivier aan het zwemmen was. “Niet zo heel koud!” riep ik terug. De man, met rode wangen van het bad dan wel de sake, wees met zijn duim naar het badhuis achter hem “Deze is heel heet. Berry hotto. Ik word er moe van!” en hij maakte een gebaar alsof hij een flauwte kreeg, gevolgd door een bulderende lach.


IMG_7662

IMG_7664

IMG_7666

Na een tijdje hadden we genoeg van het water en gingen we op zoek naar iets om te eten. Dat bleek nog niet makkelijk – eigenlijk alle restaurants in dit deel van Hongu waren onderdeel van een hotel of minshuku (een soort pension) en als zodanig serveerden ze eigenlijk niet aan niet-gasten. Konbini, of supermarktjes, waren er ook niet. Gelukkig vonden we één minshuku met een ontzettend vriendelijke gastheer die over zijn hart streek en ons zelfs een paar mandarijnen toe gaf.

Terug op de camping maakten we ons klaar om op tijd te gaan slapen, zodat we ’s ochtends weer vroeg zouden kunnen vertrekken. Er stond een jong meisje bij de wasbakken. Ze draaide zich om toen ze ons hoorde naderen en toen ze mijn gezicht zag verscheen er een glimlach op het hare alsof ze zojuist een zak snoep had gekregen. Er kwam een ontzettend blij “HELLO, HOW ARE YOU!” uit en toen volgde een kort gesprekje, half in Japans, half in Engels en geheel met tandpasta aangezien ik de borstel al in mijn mond had gestoken. Dat ging ongeveer zo:

“Hoe oud ben jij?”
“Ik ben TIEN!”
“Zo hé…”
“En jij?”
“Raad eens. Hoe oud denk je dat ik ben?”
“TWINTIG!”
“Dat is aardig van je. Ik ben zesentwintig. Heb je hobby’s? Houd je van muziek?”
“Nee. Ik HAAT muziek.”

Haar oudere zus probeerde haar voortdurend weg te trekken (“Mama maakt zich ongerust hoor…” “ECHT NIET!”), wat haar uiteindelijk lukte. Vervolgens konden wij vanaf de wasbakken horen hoe ze aan haar familie in alle geuren en kleuren vertelde over haar ontmoeting met de buitenlanders.

Door de lange reis en de onsen sliepen we goed en we stonden de volgende dag om een uur of zes op, om rond acht uur de bus te kunnen pakken naar Hongu Taisha. Zoals gezegd waren we onderweg geen konbini tegengekomen en dus deelden we onze snacks van de vorige dag – een appel en wat chocola – om de eerste uren door te komen. Een paar eenden gingen dankbaar en luid snaterend aan de haal met het kroosje van de appel:

IMG_7665

Kumano Hongu Taisha is bestempeld als UNESCO Werelderfgoed. Nu ben ik als inwoner van Kyoto niet zo heel erg meer onder de indruk van die titel – het scheelt niet veel of mijn koelkast wordt binnenkort tot Werelderfgoed verklaard – maar het is natuurlijk erg belangrijk dat op deze manier de cultuurhistorische schatten van Japan bewaard worden. Bovendien heeft men daardoor erg veel energie gestoken in het geven van goede informatie over dit schrijn en andere punten op de Kumano Kodō.

IMG_7667

Dit bijvoorbeeld is de Yatagarasu, of heilige kraai, die in het Kumano district als boodschapper van de goden wordt gezien. Yatagarasu hebben drie klauwen, die volgens sommigen staan voor drie Kumano clans (Ui, Suzuki en Enomoto) en volgens anderen staan voor wijsheid, welwillendheid en dapperheid (chi, jin en yuu). Weer anderen zeggen dat ze hemel, aarde en de mensheid symboliseren (ten, chi, jin). Hoe het ook zij, hoewel de kraai traditioneel aan de ene kant als brenger van ongeluk (pechvogel?) wordt gezien, wordt hij aan de andere kant vanwege zijn uitstekende richtingsgevoel als gids of boodschapper beschouwd. Zo heeft er naar het schijnt eentje ooit een keizer uit de penarie geholpen.

IMG_7670

IMG_7668

IMG_7669

Eten bleek wederom lastig te vinden in Hongu, omdat het meeste dicht was, maar uiteindelijk wisten we dan toch iets te scoren. Het was eigenlijk niet onze bedoeling geweest om vanaf dit centrale punt in Hongu te starten en dus hadden we geen kaart van dit gedeelte, maar de volgende bus zou pas rond het middaguur vertrekken, dus gingen we maar op weg. Helaas verdwaalden we daardoor tot twee keer toe, maar een vriendelijke visser was zo aardig om ons een lift te geven naar het vertrekpunt dat we oorspronkelijk gepland hadden. Hij was er niet helemaal gerust op dat we er met onze kaart en eventuele bovennatuurlijke kraaien uit zouden komen (“Ik ken iemand die hier al lang woont, we kunnen hem wel even vragen of hij het jullie uit kan leggen?”), maar we verzekerden hem dat we ons geen derde keer zouden vergissen. We vonden inderdaad het juiste startpunt voor onze route en daarmee waren we op weg.

Advertisements
Standard

3 thoughts on “Kumano Kodō – deel 1

  1. Leo Peeters says:

    Alweer een interessant en leuk, goed geschreven verslag van je avaonturen in het land van de rijzende zon. Steeds weer een genoegen om je te lezen!

  2. Pingback: Kumano Kodō – deel 2 | Alleen in Kyoto

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s