Kleine vrede

Wanneer politici erop gebrand lijken te zijn om conflicten aan te wakkeren, hoe bouwen gewone burgers dan aan vrede?

Die vraag lijkt me nu relevanter dan ooit. 

Deze vraag ontstond naar aanleiding van de herinterpretatie van Artikel 9 van de Japanse grondwet. Artikel 9 bepaalde dat Japan geen oorlog mocht voeren en internationale conflicten niet mocht beslechten met geweld. Deze maatregel is destijds opgelegd door de Amerikaanse bezetter, vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar het blijkt wel aan de vele protesten tegen de herinterpretatie van Artikel 9 dat vele Japanners het eens zijn met deze pacifistische wet. De recente herinterpretatie (die overigens nagenoeg geruisloos de Nederlandse media lijkt te zijn gepasseerd) heeft soevereine oorlogvoering voor Japan opnieuw mogelijk gemaakt.

Dit is zorgelijk, omdat de relatie van Japan met haar buren niet al te best is. Denk bijvoorbeeld aan het wederzijdse spierbal vertonen van Japan en China betreffende de Senkaku/Diaoyu eilanden. Ook  heeft de huidige regering het excuus aan de troostmeisjes ‘heronderzocht’ en is er een toename aan anti-Koreaanse en anti-Chinese literatuur in de Japanse boekhandel. 

Recente gebeurtenissen elders ter wereld zijn niet alleen kwesties van regeringen en legers die elkaar bedreigen – het probleem is juist dat burgers, of ze willen of niet, in deze conflicten worden betrokken. Men hoeft echter alleen het eerste gedeelte van de bovenstaande vraag uit te wissen om ze opnieuw relevant te maken: “Hoe bouwen gewone burgers aan vrede?” 

Het woord ‘vrede’ lijkt in onbruik te zijn geraakt. Vrede is te groot, te abstract en tegelijkertijd bijna kinderlijk naïef. Alsof je tegen boze gewapende kerels ‘En nu lief spelen!’ zegt. Toch is de vrede nodig – en juist de burger kan haar concreet en reëel maken. In plaats van de grote vrede, is nu de tijd voor de talrijke kleine vrede: individuele initiatieven die mensen over landsgrenzen heen verbinden. 

Kyoto Journal is voor mij zo’n stukje ‘kleine vrede’ – een geheel op vrijwillige basis gemaakt tijdschrift, zonder winstoogmerk, waar mensen van allerlei verschillende achtergronden aan bijdragen. Zoals de naam doet vermoeden wordt het gerund vanuit Kyoto, hoewel KJ niet alleen over deze stad of zelfs alleen Japan bericht – geheel Azië wordt in tekst en beeld onder de loep genomen. 

De vraag aan het begin van deze post komt dan ook niet van mij, maar van Ken Rodgers, eindredacteur van Kyoto Journal. Ze vormt de kernvraag van het dit weekend uitgekomen nieuwste nummer – nummer 80 – waarin verscheidene initiatieven van burgers worden aangevoerd. Daaronder valt bijvoorbeeld een expositie in Thailand waarin het werk van kunstenaars van tegenovergestelde politieke kampen zij aan zij wordt vertoond. Maar ook maatschappijkritische manga, een verzameling vredesmaskers en Filippijnse ‘Windschepen’ gemaakt van vuilnis hebben een plek in dit magazine.

Zelf heb ik ook een bijdrage geleverd aan KJ80. Ik interviewde Tetsuya Goto en Duncan Brotherton, respectievelijk een Japanse en een Australische grafisch ontwerper werkzaam in Osaka. Samen hebben ze een project gedaan genaamd ‘Type Trip’ waarbij ze naar verschillende steden in Azië afreisden om lokale ontwerpers te interviewen over hun werk. Deze interviews werden gepubliceerd in typographics:ti, de periodiek van de Japan Typography Association. Ook werd er een expositie georganiseerd met lezingen en discussie. Een tweede editie van deze reeks is in de maak en wordt de komende maanden gepubliceerd in Japans grafisch vaktijdschrift IDEA.

Ik betwijfel of Goto en Brotherton hun reis motiveerden door een verheven ideaal als ‘wereldvrede’ – noch had ik zelf een dergelijke ambitie toen ik hen voor het eerst bezocht in hun studio. In eerste instantie interviewde ik hen slechts voor mijn eigen onderzoek. Toch past het artikel dat ik heb geschreven, ‘Design Across Borders’, goed in het frame van KJ80. Hoewel Japan in deze tijd over het algemeen naar binnen gericht lijkt te zijn, reiken deze ontwerpers juist naar buiten.

Goto vertelt in het interview over zijn bewondering voor Koreaanse designers. Dat respect bleek wederzijds: hij werd uitgenodigd om mede-curator te zijn voor een expositie in Seoul. Laat het nu juist Korea zijn dat jarenlang door Japan bezet is geweest. Laat het nu juist Korea zijn dat de afgelopen tijd onderwerp is van nationalistische protesten in Japan. 

Sommige van de luidste stemmen roepen op om de schepen te verbranden. Dan moeten wij vlotten bouwen, en vaak pendelen. 

IMG_6689

Advertisements
Standard

4 thoughts on “Kleine vrede

  1. Fam. Peeters says:

    Hoi Marlies Wauw wat een goed stuk heb je weer geschreven!!! Je hebt echt de gave van het woord en de mogelijkheid om vanuit een helikopterview zaken aan elkaar te verbinden op een heel eigen wijze! Ik ben er bijna jaloers op, bijna want je bent onze dochter dus het straalt een ietsje pietsje op mij af. liefs Joke

  2. Fam. Peeters says:

    Mooi stukje, goed geschreven. Maar bedoel je helemaal op het einde van je stuk niet ‘peddelen’ in plaats van ‘pendelen’?

    Leo.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s