Henro – dag 1 en 2

Vorige week zijn Matthijs en ik teruggekeerd van een onvergetelijke reis. We hebben het eerste deel gelopen van een Boeddhistische pelgrimstocht door Shikoku, één van de vier grote hoofdeilanden van Japan (Kyoto en Tokyo liggen op het grootste eiland, Honshu). Hoewel we maar een week weg zijn geweest, hebben we zoveel beleefd in die zeven dagen dat we het gevoel hebben dat we lange tijd in een compleet andere wereld hebben doorgebracht.


Twee vrienden van mij hebben vorig jaar hetzelfde deel van de tocht gelopen en kwamen er razend enthousiast van terug. Toen Matthijs zijn tweede reis naar Japan had geboekt, gingen we in gesprek over wat we zouden gaan doen en zodoende kwam het enthousiaste verhaal van mijn vrienden weer bovendrijven. De vorige keer dat Matthijs hier was hadden we namelijk zowel Tokyo als alle belangrijke spots in Kyoto en omgeving wel gehad. Bovendien hadden we niet genoeg geld om nog een keer zo’n soort reis te ondernemen en wilden we eigenlijk graag een ander, landelijker gedeelte van Japan leren kennen.

De Shikoku pelgrimstocht leek aan al die eisen te voldoen. Hoe meer ik las over deze henro, hoe meer het leek te passen. Uiteindelijk vertrokken we op 1 april met de bus naar het zuidwesten. Allebei hadden we een rugzak bij ons met slaapzakken, matjes, een tent en andere kampeerspullen – onze strategie om de kosten binnen de perken te houden.

Over de pelgrimstocht
De gehele pelgrimstocht gaat langs 88 tempels en is zo’n 1200 kilometer lang. Naar zeggen is de reis gesticht door Kōbō Daishi, een monnik uit de 9e eeuw na Christus, die zeer belangrijk is geweest in het groot maken van de Shingon stroming van het boeddhisme in Japan. Of de tocht in werkelijkheid door hem is gesticht of niet, ze volgt in bijna letterlijke zin zijn voetsporen door Shikoku, langs de tempels die op de één of andere manier met hem verbonden zijn. In sommige gevallen heeft hij bij de tempel in de leer gezeten, in andere heeft hij ze gesticht.

Hoe dan ook, Kōbō Daishi wordt nog altijd vereerd door de bevolking van Shikoku en de pelgrimstocht wordt al ruim 1200 jaar in stand gehouden. Er wordt gedacht dat Kōbō Daishi de pelgrims nog altijd vergezelt op hun reis en door de bedevaartgangers te steunen met een gratis overnachting of osettai (pelgrimsgiften), geeft men dan ook aan de eerbare ‘o-Daishi-san’. Het motto van de henro is dan ook ‘Dōgyō Ninin’, wat het beste in het Engels te vertalen is naar: ‘same practice, two people’.

Dat gezegd zijnde, is de Shikoku henro meer dan een backpackvakantie waarbij je allerlei dingen gratis krijgt. Dat wisten we van tevoren en – hoewel je vanwege het begin van dit stuk misschien anders denkt – het was ook niet ons belangrijkste doel om goedkoop te reizen. Toch hadden we niet verwacht dat het zo’n bijzondere ervaring zou worden.

Dag 1
Om kwart over acht in de ochtend vertrokken we met de bus vanaf Kyoto station naar de stad Tokushima, van waaruit we een boemeltreintje pakten naar de eerste tempel. Daar kochten we meteen onze pelgrimsuitrusting. Het is niet verplicht maar wel handig om die aan te schaffen, aangezien anderen je zo herkennen als pelgrim en dat je kans op een gezellig praatje en osettai verhoogt. De gehele outfit is echter nogal duur, dus wij kochten alleen de hoed en de staf – die overigens hun nut keer op keer hebben bewezen tijdens de tocht. Verder droegen we witte shirts, ook een signaal dat we deelnemers aan de henro waren.

IMG_6150
De hoed bleek erg handig om zowel de felle zon als heftige regen uit ons gezicht en onze nek te houden.

IMG_6151_BEW

De staf is fijn bij steile klimmen en afdalingen en heeft een belletje om slangen en andere beesten op afstand te houden.

IMG_6159

De mevrouw van de tempelwinkel gaf ons een korte uitleg van de regels en etiquette die bij de pelgrimstocht horen. De hoed moet bijvoorbeeld afgezet worden bij het eten en het naar de WC gaan, maar mag binnen in de tempel gewoon op gehouden worden. Wanneer je op de plek aankomt waar je de nacht door gaat brengen, moet je eerst het uiteinde (‘de voeten’) van de staf wassen voordat je voor jezelf gaat zorgen. Als je over een brug loopt mag je staf de grond niet raken, dit omdat Kōbō Daishi volgens de legende ooit onder een brug heeft geslapen. Mocht hij onder de brug slapen waar je op dat moment overheen loopt, dan moet je hem niet wakker maken met het geluid van je staf.

(Die laatste regel heeft er trouwens in geresulteerd dat ik, nu ik terug ben in Kyoto, nog steeds de neiging heb om tegen Matthijs ‘BRUG!’ te brullen als we een stroompje oversteken.)

IMG_5901_BEW

Na die uitleg was het tijd voor ons eerste tempelbezoek als pelgrims. In eerste instantie voelden we ons hier allebei een beetje ongemakkelijk bij. We zijn geen boeddhisten en we waren bang dat we het allemaal fout zouden doen, ons belachelijk zouden maken en dat de Japanners ons maar vreemde toeristen zouden vinden. Dat bleek beide heel erg mee te vallen. Zoals ons later verteld werd door een Japanse monnik, is het de intentie die telt – de rituelen en sutra’s zijn slechts een manier om vorm te geven aan die intentie. Verder hebben we onderweg zoveel andere pelgrims gezien dat we bij hen een beetje de kunst hebben kunnen afkijken en –luisteren.

Elk tempelbezoek ging als volgt: eerst reinigden we ons (handen en mond) met het water uit een daarvoor gemaakt bassin. Daarna liepen we naar het hoofdgebouw van de tempel, om daar de bel te luiden en een klein geldoffer te brengen. Vervolgens reciteerden we één keer de ‘hannya shingyō’ (hart sutra), driemaal de gehele naam van Kōbō Daishi (Namu Daishi Henjō Kongō) en bedankten met een buiging. Vervolgens liepen we naar het gebouw gewijd aan Kōbō Daishi en deden dat hele proces opnieuw.

Ondanks dat de pelgrimsroute goed staat aangegeven, raakten we een paar keer verdwaald die dag en we werden opgehouden door een vriendelijke, maar enigszins opdringerige Japanner. Daardoor lukte het ons uiteindelijk niet om tempel vier op tijd te halen (de meeste tempels zijn open vanaf acht uur ’s ochtends tot vijf in de middag). We besloten om dan maar eerst naar tempel vijf te lopen en de volgende dag vroeg op te staan voor tempel vier (immers lagen ze slechts een kilometer of één, twee van elkaar verwijderd). Bij het verlaten van tempel vijf maakten we een praatje met een vriendelijke vrouw uit de buurt, die wel nieuwsgierig was naar twee lange blonde buitenlanders. Ik vertelde haar dat we een tent bij ons hadden, en vroeg haar of ze misschien een plek wist waar we die op zouden kunnen zetten. Ze was er over na aan het denken toen een monnik op ons af kwam lopen en zich mengde in het gesprek. “Oh, maar jullie mogen hier wel slapen hoor,” zei hij en hij gebaarde naar de tempel achter zich, “Ik heb vast wel een plekje waar jullie vannacht kunnen blijven.”
Hij bracht ons naar een schuurtje vlakbij de hoofdtempel, dat gebruikt wordt als opslag en waar medewerkers van de tempel wierook en kaarsen aan bezoekers verkopen. “Als je het hier een beetje opruimt, kun je denk ik prima slapen,” zei de monnik, waarna hij ons de toiletten liet zien. Ik verzekerde hem dat we de volgende ochtend vroeg op zouden staan en de boel netjes achter zouden laten, zodat we niemand tot last zouden zijn.

IMG_6155

Recht vooruit: het hoofdgebouw van tempel vijf, links: ons verblijf

IMG_6152

Een tevreden Matthijs

We kochten wat te eten bij de dichtstbijzijnde konbini en gingen vroeg naar bed. De volgende ochtend stonden we op met de zon en maakten een rondje over het complex, waarna we richting tempel vier vertrokken.

IMG_6156

De opgaande zon die door de kersenbloesem heen schijnt bij tempel 5

IMG_6157

Tempel vijf in de vroege ochtend

 


Dag twee

Het was geweldig weer op dag twee en we waren al vroeg op weg naar tempel 4. We liepen eigenlijk de hele dag wel prima door en kregen onderweg veel osettai van de vriendelijke mensen die we tegenkwamen. Bij één van de tempels, waar de kersenbloesem op het toppunt van haar bloei was, vroeg een fotograaf of hij een foto van ons zou mogen maken. Toen we de lange trappen opgingen naar het hoofdgebouw boven op de heuvel, werden we ineens omringd door een stuk of vier fotografen en een tv-journalist met cameraman. Elke keer dat we dachten dat ze verdwenen waren, bleken ze een stukje verderop te staan opgesteld om nog meer materiaal te schieten. Ze waren wel zeer beleefd en vriendelijk – en de eerste fotograaf die ons om toestemming had gevraagd, gaf ons een doos met rijstcakejes bij wijze van dank.

IMG_6158

Aankomst bij tempel vier

IMG_6161

Beneden aan deze trap werden we opgewacht door fotografen

We hadden daarna echter nog een lange weg te gaan. Te lang, zo bleek. We hadden veel tijd en energie verloren bij het op en neer gaan naar tempel vier. Door onze vrienden waren we gewaarschuwd dat de daaropvolgende dag, dag drie, het allerzwaarst zou zijn en we dus op tijd bij de laatste tempel moesten zijn. Bij de één na laatste tempel belde ik een taxibedrijf. De man aan de andere kant van de lijn sprak echter snel en binnensmonds en was nogal onvriendelijk – hij bauwde zelfs spottend mijn Japans na. Het gesprek verliep dus niet succesvol, maar op de één of andere manier had ik uiteindelijk wel een taxi besteld. Maar we moesten nog ons rondje over de tempel doen, dus ik belde hem nog geen minuut later terug om alsnog te proberen uit te leggen dat we de taxi pas over een kwartiertje nodig hadden. “Ja, maar ik heb hem nu al weggestuurd! Wat gaan we daaraan doen dan?” kreeg ik terug. Ik deed mijn uiterste best om de zaak opnieuw uit te leggen en me te verexcuseren (hoewel ik hem dat gebaar geenszins schuldig was), maar het laatste wat ik hoorde, was: “Ja ja ja, nou, ik ben boos,” voordat hij de hoorn erop knalde.

Met dat gesprek achter de rug en nog ruim tien kilometer lopen te gaan, had ik er behoorlijk de pest in. Echter, één van de belangrijkste regels van de pelgrimstocht is dat je niet mag klagen. Even slikken, diep ademhalen en doorlopen dus.

IMG_6162

Toen we van de tempel terugkwamen bleek er een taxistandplaats te zijn van een andere maatschappij, waardoor we alsnog op tijd bij de laatste tempel konden komen. Achteraf ben ik blij dat we dat gedaan hebben, al voelde het destijds een beetje als valsspelen. De nacht begon namelijk al te vallen en we hadden nog geen slaapplek gevonden. Kamperen leek ons niet de beste optie voor die avond, met zo’n zware dag voor de boeg.

We liepen naar binnen bij een soort gasthuis, dat helaas al vol zat. Gelukkig waren de eigenaar en eigenaresse zo vriendelijk om voor ons één van de gratis rusthutten te reserveren. Die rusthut bleek gerund te worden door een badhuis pal ernaast, waar we dan ook dankbaar gebruik van maakten. Daarna werkten we zoveel mogelijk eten naar binnen (koolhydraten, koolhydraten en nog eens koolhydraten!). We sliepen niet veel wegens de luidruchtige rokershoest van onze erg vriendelijke maar beetje vreemde buurman. Toen wij opstonden om een uur of vier ging hij er vandoor op de fiets. Een uurtje later, toen wij bijna klaar waren om te vertrekken, keerde hij terug bij de hut en hoorde ik hem brommen “Go-ji, ka?” (“Oh, is het vijf uur?”). Met een sigaret in zijn mondhoek staarde hij ons na terwijl we de straat uitliepen.

IMG_6163

De hut waar we sliepen op dag 2; de wanden zijn beplakt met osamefuda (strookjes papier met de naam van de pelgrim erop)

Tot zover dag 1 en 2 van de pelgrimstocht. Binnenkort de rest van het verslag!

Advertisements
Standard

7 thoughts on “Henro – dag 1 en 2

  1. Pingback: Henro – dag 3 en 4 | Alleen in Kyoto

  2. Pingback: Henro – dag 7 | Alleen in Kyoto

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s