Het hoe en waarom

Aangezien er een paar vragen zijn die regelmatig bij me terugkomen, leek het me aardig om ze hier allemaal samen te beantwoorden. Dus als je graag wilt weten wat ik hier uitspook, waarom ik hier ben en hoe het leven hier tot nu toe is: lees verder!

20130417-223123.jpg
Uitzicht op de Kamogawa, de rivier die vanuit de omringende bergen door Kyoto via Osaka naar zee stroomt.

Wat doe je in Japan?
Ik ben in Japan als kenkyuusei, van kenkyuu – ‘onderzoek’ – en sei – ‘persoon’. Dit is een postgraduate opleiding, maar het is geen master. Naar aanleiding van mijn zelfgeschreven onderzoeksplan ga ik de komende twee jaar onder leiding van een tutor studeren. Ik bepaal in samenwerking met mijn tutor of en wat voor vakken ik ga volgen en aan het eind van deze twee jaar ontvang ik een certificaat – geen diploma. Ik behaal dus geen formele graad met dit programma, maar kan naar aanleiding van het succesvol voltooien ervan wel doorstromen naar een master, mocht ik dat willen.

Wat voor onderzoek ga je doen?
De kern van mijn onderzoek wordt gevormd door de vraag hoe culturele achtergrond samenhangt met visuele communicatie. Dit geldt zowel voor het maken van als het begrijpen van visuele communicatie. Mijn plan is om Japans en Nederlands ontwerp met elkaar te vergelijken. Dit is een geschikte vergelijking omdat deze twee landen met name wat visuele cultuur betreft een gezamenlijke geschiedenis hebben en tegelijkertijd van zeer verschillende oorsprong zijn. Daarnaast heeft mijn onderzoek een praktische component: ik maak zelf ontwerpen die in de multiculturele omgeving bewegen.

Hoe lukt het je om dit (financieel, organisatorisch, administratief) rond te krijgen?
Ik ben nu in Japan bij gratie van de Monbukagakushō beurs. Dit is een speciaal programma van de Japanse overheid dat via de Japanse ambassades in deelnemende landen georganiseerd wordt. Elke ambassade heeft per jaar een bepaald quotum van kandidaten dat de beurs mag krijgen. Voor de selectieprocedure moet een aantal documenten aan worden geleverd (zoals een onderzoeksplan, een motivatie, referenties en een CV), waarna een sollicitatie op de ambassade volgt. Als onderdeel van die sollicitatie moest ik ook een test Japans maken. Mijn niveau Japans was onvoldoende (dat had ik al vermoed) en daarom studeer ik nu eerst een semester Japans aan KyoDai (zie ook mijn vorige post). De beurs vergoedt dit taalsemester, mijn vliegreis, het collegegeld en ik krijg een maandelijks zakgeld. De Monbukagakushō is dus een heel volledige beurs en ik kan het programma dan ook zeker aanraden.

Is Japan duur?
Ik ben hier nog niet lang genoeg om het met zekerheid te zeggen, maar al met al geloof ik dat de levensstandaard redelijk te vergelijken is met Nederland. Sommige dingen zijn duurder dan in Nederland (concerten, groente en fruit in de supermarkt) en sommige dingen zijn goedkoper (zorgverzekering, uit eten gaan). Ik denk dat Japan de reputatie heeft heel duur te zijn omdat het vaak vanuit Amerikaans oogpunt wordt bezien – en in Amerika zijn de leefkosten nu eenmaal vrij laag. Bovendien is Japan één van de meest welvarende landen in Azië, dus als je Japan vergelijkt met Thailand bijvoorbeeld komt Japan ineens als absurd duur uit de bus. Tenslotte hangt het heel erg af van de stad waarin je woont: Kyoto is een studentenstad en een stuk goedkoper dan Tokyo.

Spreken de meeste Japanners Engels?
Nee, de meesten niet of heel weinig. Ik heb me laatst door een Japanse jongen laten vertellen dat in Japan bij Engelse les de focus vaak ligt op lezen en schrijven, niet spreken. Een enkeling kan stiekem best goed Engels maar is in eerste instantie te verlegen om het te spreken.

Hoe is het eten?
Japan is natuurlijk beroemd vanwege de uitstekende keuken – en er zijn dan ook genoeg lekkere gerechten om hier te eten. Tegelijkertijd is er een verschil tussen wat je in een restaurant eet en wat hier ‘dagelijkse kost’ is. In mijn huidige appartement is het vrijwel onmogelijk om te koken (ik denk dat de enkele gaspit die er staat ironisch bedoeld is), dus eet ik meestal bij de mensa of koop een kant-en-klaar gerecht in de supermarkt. Dat is niet heel slecht maar echt superlekker is het ook weer niet. De meeste Japanners eten tegenwoordig ‘s ochtends brood (dikke, luchtige sneden witbrood) en daarna bij lunch en diner rijst-met-iets of noedels-met-iets. Ik volg dat eetpatroon min of meer maar voeg meestal wat meer salade toe – er zit namelijk vaak heel weinig groente bij een gerecht, of de portie groente bestaat uit een hoopje gesnipperde witte kool…

20130417-224931.jpg
Een gemiddeld diner bij de KyoDai mensa: geroosterde kip (met het Hoopje Gesnipperde Kool), gemengde groente, miso soep, rijst, yoghurt met fruit, een kop thee en een kop water. Overigens is de meeste kip hier gepaneerd en gefrituurd à la KFC, dus ik was best blij met de vondst van een gezondere variant.

Ik moet nog een beetje wennen aan het eten, want het is lastig in te schatten hoeveel ik nodig heb. Rijst vult best wel, maar is ook zo weer opgebrand, dus krijg ik een uurtje na de lunch een enorme suikerdip. Japanners hebben daar geloof ik ook last van, want Kyoto is bezaaid met quasi-Franse patisserieën waar de zoete broodjes als zoete broodjes over de toonbank vliegen.

20130417-223531.jpg
Thee met melk en een broodje met de smaak van groene thee… Su-per-lek-ker!

Goed, dat gezegd zijnde ga ik mijn bed maar eens opzoeken. Waarschijnlijk ga ik nu dromen over bruine boterhammen met oude Goudse kaas erop!

Advertisements
Standard

Hisashiburi!

20130408-221705.jpg

Na mijn tweede Paasdag in het vliegtuig door te hebben gebracht, landde ik om kwart over zeven ‘s ochtends op het vliegveld van Kansai. Pas anderhalf uur later kon ik daadwerkelijk in de shuttle bus naar Kyoto stappen, want eerst moest mijn foreign resident card gemaakt worden … en die van een stuk of twintig andere studenten.

In eerste instantie was ik nog niet helemaal gelukkig met mijn aankomst. Behalve de meest voor de hand liggende reden (Het Afscheid) kwam dat deels door slaapgebrek, deels door het afzichtelijke beton en route en tenslotte doordat mijn appartement vies tegenvalt. Het is een knap staaltje trucagefotografie dat de eigenaren op de website tentoonspreiden. Dit huisje is half zo groot als het daar was gepresenteerd. Het kijkt aan de ene kant ‘uit’ op een muur en aan de andere op een fly-over (ja Utrecht, ik zou nog niet zo snel juichen om dat gevaarte bij Oog in Al). Er is welgeteld één gaspit, dat het volledige aanrecht van de ‘keuken’ in beslag neemt. Tenslotte begint de kraan van de wasbak in de badkamer op willekeurige momenten te lopen. Kortom: ik ben op zoek gegaan naar een nieuw appartement, via een makelaar genaamd Flat Agency. De zoektocht werd enigszins beperkt door het feit dat in Japan bij het huren van een huis meestal sleutelgeld moet worden betaald: een bedrag dat je als huurder éénmalig overmaakt aan de huiseigenaar, tegelijkertijd met de borg. Dit sleutelgeld krijg je echter bij je verhuizing niet terug. Dat betekent in praktijk dat je in één maand zo ongeveer drie keer de maandhuur over moet maken, waarvan je het grootste gedeelte niet meer terug ziet. Te duur voor mij, maar gelukkig had de makelaar wat appartementen waar geen sleutelgeld voor vereist is. Het gaat dan met name om de appartementen buiten het centrum – en hoe verder buiten het centrum, hoe mooier het appartement én de omgeving.

20130408-222508.jpg
Overzichtsvel van mijn nieuwe appartement

Uiteindelijk heb ik mijn huis gevonden in de buurt van de universiteit, helemaal in het noorden van Kyoto tegen de bergen aan. Het is dus een aardige fietsrit naar het centrum – of eigenlijk een aardige rit van het centrum de berg op naar huis. Daar staat dan weer tegenover dat mijn huisje relatief ruim is (de 8,3 op het vel staat voor de oppervlakte in tatamimatten, zo’n 21 m²) en omringd wordt door rijstveldjes en uitlopers van bamboebossen. In deze dorpachtige wijk, Iwakura, bevinden zich alsnog genoeg supermarkten en Franse bakkerijtjes om ook mijn luiere zelf gelukkig te maken. Bovendien is mijn uni, Kyoto Seika, vlakbij.

20130408-223820.jpg
Sneak peek van mijn nieuwe huis!

20130408-224633.jpg
7/11 naast de deur. For 4 AM snack attacks!!!

Tot oktober zal ik echter nog maar weinig op Seika te vinden zijn. Dat komt omdat ik als onderdeel van mijn beurs eerst een zogenaamde language intensive moet volgen van een half jaar bij een andere universiteit: Kyoto University (kortweg KyoDai, van daigaku, ‘universiteit’). Vandaag was ik daar vanwege de introductiedag. Dat was een nogal traag proces vanwege de verschillende niveaus in Engels van docenten, plus het feit dat Japanners graag dikke pakken papierwerk uitdelen om vervolgens tot in den treure te gaan voorlezen. Toch was het goed om alle informatie eens door te lopen en om kennis te maken met de andere grantees. Er zijn studenten van 32 verschillende landen die hier in de regio van Kyoto het taalsemester doen: van Europa tot en met het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, Afrika, Rusland en een aantal Aziatische landen. Wat opviel was dat een paar van de usual suspects ontbraken: de VS, Australië en Groot-Brittannië bijvoorbeeld. Misschien dat studenten vanuit daar ook via makkelijker routes uitwisseling kunnen zoeken met Japan, of misschien is de interesse minder nu andere Aziatische landen een snelle economische groei doormaken. Hoe dan ook, het is ontzettend interessant om in zo’n diverse groep te opereren, ook in het kader van mijn onderzoek straks.

20130408-224654.jpg
Deze foto heb ik genomen vanuit de hoofdentree van de KyoDai Yoshida Campus. In het klokgebouw had ik vandaag mijn introductiedag.

De middag stond in het teken van meerdere taaltesten. Bij elke test werden we nauwer naar ons niveau ingesluisd. Van de verschillende niveaus die werden aangeboden – Elementary I & II, Intermediate I, II & III – ben ik op het tweede niveau terechtgekomen: Elementary II. Dat was een kleine tegenvaller, want deze cursus begint bij een lesboek dat ik inmiddels bijna af heb. Intermediate I is blijkens de test wel duidelijk te hoog gegrepen, al komt dat mede doordat de test puur schriftelijk was en ik op dat gebied nu eenmaal achterloop. Ik troost mezelf ermee dat ik mijn basis nu eens extra stevig vast kan zetten en dat ik zo vaak Japans heb dat ik vast snel vooruit zal gaan. Ik merkte vandaag al hoeveel ik eigenlijk kan zeggen. Er heerste een goede sfeer in de klas, waarbij iedereen zoveel mogelijk in Japans tegen de leraar sprak en omgekeerd. Het zal goed voor me zijn, zeker als grafisch ontwerper, om de komende maanden bezig te zijn met taal en communicatie.

Tenslotte wil ik jullie nog een plezier doen met wat juweeltjes uit mijn snel groeiende Japanse rariteitenkabinet.

Zo hebben we in de categorie vreemde mascottes:

20130408-224713.jpg
De boze Shinto-kip! Deze kip is de mascotte van Teramachi-dori, een overdekte winkelstraat. Teramachi betekent letterlijk ‘Tempelstad’ en refereert aan de vele Shinto-schrijnen in deze omgeving, dus vandaar waarschijnlijk het religieuze hoedje. Maar een kip? Dori betekent ‘straat’ en het Japanse woord voor ‘kip’ is tori – misschien een flauwe Japanse woordgrap?

20130408-225706.jpg
Of wat vindt u van deze: een soort pikachu-hond met een inktvis op z’n kop? Een derde oog? Hoe dan ook heb ik geen idee wat dit met de bibliotheek van KyoDai te maken heeft…

20130408-225724.jpg
Krab op de gevel. In het echt beweegt ‘ie ook. Tamelijk griezelig!

20130408-225741.jpg
Jawel, een love hotel! Hier gaan jonge stelletjes naartoe om, eh, in privacy bij elkaar te zijn. Laat ik het zo zeggen: van ‘rest time’ is geen sprake.

Tijd voor mij om te gaan slapen, morgen een volle eerste lesdag. Dat is lang geleden…

Standard